Openbaring (3 – 7):
En schrijf aan de engel van de kerk die in Filadelfia is: "Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel van David heeft;" "Die opent en niemand sluit, en Hij sluit en niemand opent."

Wij vragen ons af: Wat ziet de sleutel van David eruit? En om dit te begrijpen lezen wij in:
Jesaja (22 – 22):
En Ik zal de sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen: opent Hij, niemand sluit; sluit Hij, niemand opent, ... .

Ja, nu het is duidelijk, God spreekt over het kruis dat op de schouder van Christus geplaatst was, welk Hij draagt, om zijn overwinning te vervullen zijn Koninkrijk te bevestigen.

**********

Openbaring (3 – 8):
Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende door voor u gegeven, en niemand kan die sluiten; want gij hebt kleine kracht en gij hebt Mijn woord bewaard en Mijn Naam niet verloochend.
9 Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge van de satan, die zeggen dat zij Joden zijn en zijn het niet, maar liegen; zie, Ik zal maken dat zij komen en aanbidden voor uw voeten en erkennen dat Ik u liefheb.
10 Omdat gij het woord van Mijn volharding bewaard hebt, zal Ik ook u bewaren uit het uur van de verzoeking, dat over de hele wereld komen zal, om te verzoeken die op de aarde wonen.
11 Zie, Ik kom spoedig; houd wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neemt.
12 Wie overwint, Ik zal hem maken tot een pilaar in de tempel van Mijn God, en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de Naam van Mijn God, en de naam van de stad van Mijn God, namelijk van het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel van Mijn God afdaalt, en ook Mijn nieuwe Naam.
13 Wie oren heeft, laat die horen wat de Geest tot de kerken zegt.

*************************
( 24 )

De zesde kerk Filadelfia:
Haar naam betekent: "De Broederschaap van Liefde." Wij zien dat de Heilige, en de Waarachtige, Die de sleutel van David heeft, welk het kruis is dat op zijn schouder geplaatst was, en door welk zijn overwinning vervuld heeft, zei om deze Kerk te informeren, dat gedurende haar tijd de grote verdrukking gebeuren zal, de verschrikkelijke verdrukking en vervolging (het kruis), het uur van de verzoeking, dat over de hele wereld komen zal, om ze die op de aarde wonen te verzoeken.

Het bestaan van deze kerk zal bij de tijd der einde zijn, omdat de Here zei: "Ik kom spoedig," houd wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neemt. Deze kroon symboliseerde de kroon dat Christus gegeven was, welk hij draagt, om zijn overwinning te vervullen. Hier ook, hij die door de grote verdrukking gaat en overwint, zal per de belofte van Christus tot een pilaar in de tempel van God gemaakt wordt, en de Naam van de stad van God, het nieuwe Jeruzalem op hem geschreven zal worden. Dit betekent dat: "Gedurende de tijd van deze kerk de gelovigen en de dienstknechten van God aan hunvoorhoofden verzegeld zullen worden," dat is: de trouwe gelovigen die de grote verdrukking overleven zouden, zullen op hun voorhoofden verzegeld zijn, om zij de lijding en de rampen te sparen, die over de hele wereld zullen komen, toen de zeven engelen hun bazuinen zullen bazuinen.

( 25 )

Gedurende het uur van onderzoeking, en de grote verdrukking, alle verschillende christelijke groepen en divisies zullen verdwijnen en tot "De kerk van de broederschaap en liefde" zullen worden, zodat de kerken tegen hun gemeen vijanden de duivel en Antichrist kunnen verzetten.
Er zullen veel martelaren zijn, die door Antichrist vermoord zullen zijn, omdat het woord Gods zei:"Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen, en zij hebben hun lange kleren gewassen en hebben hun lange kleren wit gemakt in het bloed van het Lam"
(Openbaring 7 – 14).

De Joden, die de grote verdrukking zullen lijden, die bij de Antichrist veroorzaakt is, zullen eindelijk begrijpen, dat de Ene die gekomen is, en die zij geweigerd en gekruisigd hebben, en dat hun Koning die voor Hem zij zo geduldig al deze tijd in verwachting gebleven zijn, tot Hem de kroon van doornen gegeven hebben! Toen en op deze punt zullen zij hun daden betreuren, en in deze kerk zullen knielen en buigen en leden van haar zullen worden. Daarom zei de Here: "Ik zal maken dat zij komen en aanbidden voor uw voeten en erkennen dat Ik u liefheb."
Ook, daarom heeft Paulus in Romeinen (11 – 15) gezegd: "Want indien hun verwerpen de verzoening is van de wereld, wat zal de aanneming zijn anders dan leven uit de doden?"

De Here zei: "Omdat gij het woord van Mijn volharding bewaard hebt, zal Ik ook u bewaren uit het uur van de verzoeking." Dit is om de belofte in Joël (2 –32) te vervullen, en die zei: "En het zal geschieden dat ieder die de naam des Heren aanroept, behouden zal worden."

De positie van deze kerk in de verlossing plan van God representeerde de periode waarin de Joden naar Jeruzalem terugkeerden, en toen Zerubbabel de verwoeste tempel des God herbouwde, die Salomo gebouwd had. (De verwoeste Tempel representeerde de kerk van Sardis, die de verschillende losbrekende groepen en wat van de kerk Thyatire gebleven is).

( 26 )

Na de herbouw van de tempel kwam de Joden vervolgingen periode van Seleucid Antiochus IV Epiphanes, die de tempel weer verwoeste, en wiens vervolgingen waren maar een symbool die aan de grote verdrukking van de Antichrist tegen de kerk van Filadelfia en de hele wereld wijste.
De eerste grote lijnen van deze kerk zijn net zichtbaar geworden, maar de finale vereniging van de kerk zal gedurende de grote verdrukking plaats vinden, die Antichrist aan de gelovigen van deze kerk voortbrengt.

********************

Openbaring (3 –14):
En schrijf aan de engel van de kerk van de Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe en waarachtige Getuige, het Begin van de schepping van God:
15 Ik weet uw werken, dat gij noch koud bent, noch heet; och, waart gij maar koud of heet!
16 Zo dan, omdat gij lauw bent, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.
17 Want gij zegt: ik ben rijk en verrijkt en heb aan geen ding gebrek; en gij weet niet dat gij bent ellendig en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.
18 Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd in het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte kleren, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande van uw naaktheid niet openbaar wordt, en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.
19 Al wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.
20 Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoet, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.
21 Wie overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, zoals Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.
22 Wie oren heeft, laat die horen wat de Geest tot de kerken zegt.

( 27)

De zevende kerk Laodicéa:
Haar naam betekent: "Het onschuldige Natie" of "Het onschuldige volk." Deze kerk is wat uit de kerk van Filadelfia na de zevende en de laatste bazuin gebleven is, toen de trouwe gelovigen, die op hun voorhoofden vroeger verzegeld waren, in de wolken opgenomen worden, om de Here in de lucht te ontmoeten. Deze kerk zal gedurende de tijd van de uitgieting van de zeven schalen van de toorn van God en tot de tijd der einde op aarde in bestaan zijn.

De trouwe waarachtige Getuige zei dat de werken van deze kerk noch koud noch heet zijn, en dat zij van de gedachten is dat zij rijk en weetend is, maar in feite zij ellendig en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt is. Daarom heeft de trouwe getuige haar geraden, om goud beproefd in het vuur van Hem te kopen, opdat zij rijk moogt worden, en ook witte kleren, opdat zij moogt bekleed worden, en de schande van haar naaktheid niet openbaar wordt. Wij kennen dat: toen Adam en Eva in zonde gevallen waren, en hun naaktheid tot hen bekend was, zijn hun geslachtsdelen een symbool van hun begeerte, vuilheid en zonde geworden, daarom hebben ze hen bedekt. Ook deze kerk is verteld, om witte kleren te kopen om haar naaktheid en zonden met Christus bloed te bedekken. Dit is in overeenstemming met wat koning David in Psalmen (32 – 1), gezegd heeft: "Welzalig is hij, wiens overtreding is vergeven, wiens zonde bedekt is"

De positie van deze kerk in de verlossing plan van God is gelijk aan de tijd, toen Christus op aarde was, toen Hij de synagoge van de schriftgeleerden, de Farizeeën, en de Sadduceeën blinde leidslieden van blinden genoemd heeft, omdat zij blind huichelaren waren, die de Here niet kenden, die na 167 jaar van de vervolgingen van de Seleucid Antiochus IV Epiphanes tot hen kwam, en wie onder ze wandelde, en met elk mens die Hem uitnodigt of zijn deur voor Hem opende at. Ook en in dezelfde manier de Here tot deze kerk zei: "Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoet, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij. Wie overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon.

Deze kerk zal op de aarde blijven staan tot de wederkomst van Jezus Christus, toen Hij de onschuldige mensen, die gewonnen hebben verzamelt, en zij met Hem per tijd der einde op Zijn troon te laten zitten.

**********************
( 28 )

Openbaring Hoofdstuk Vier:
1 Hier zag ik, en ziet, een deur was geopend in de hemel; en de eerste stem die ik gehoord had, als van een bazuin, die met mij sprak, zei: Kom hier op, en Ik zal u tonen wat na dezen geschieden moet.
2 En terstond werd ik in de geest; en ziet, er was een troon gezet in de hemel, en er zat Een op de troon.
3 En Die daarop zat, was van aanzien de steen jaspis en sardius gelijk; en een regenboog was rondom de troon, van aanzien de steen smaragd gelijk.
4 En rondom de troon waren vierentwintig oudsten zittend op vierentwintig tronen, bekleed met witte kleren, en zij hadden gouden kronen op hun hoofden.
5 En van de troon gingen uit bliksemen, en donderslagen, en stemmen; en zeven vurige lampen waren brandende vóór de troon, welke zijn de zeven Geesten van God.

****************

De zeven Geesten van God zijn de zeven kerken. De hemelse troon van God is ook omschrijft bij Ezechiël en Daniël, die de troon, de ene die op de troon zit, de regenboog rondom de troon en de bliksemen die uit de troon komen, omschrijven.
Ezechiël (1 – 26):
Boven het uitspansel boven hun hoofden was wat er uitzag als lazuursteen, dat de vorm had van een troon; en daarboven, op hetgeen een troon geleek, een gedaante, die er uitzag als een mens.
27 En ik zag iets schitteren als koper; vanaf wat op zijn lendenen leek naar boven als vuur omvat door een hulsel; en vanaf wat op zijn lendenen leek naar beneden, zag ik iets als vuur omgeven door een glans.
28 Zoals de aanblik is van de boog, die in de regentijd in de wolken verschijnt, zo was de aanblik van die omhullende glans.

( 29 )

En ook in: Daniël (7 – 9):
Terwijl ik bleef toekijken, werden tronen opgesteld, en een Oude van dagen zette Zich neder, zijn kleed was wit als sneeuw en zijn hoofdhaar blank als wol; zijn troon bestond uit vuurvlammen, de raderen daarvan uit laaiend vuur;
10 en een stroom van vuur welde op en vloeide voor hem uit; duizendmaal duizenden dienen hem en tienduizend maal tienduizenden stonden vóór hem. De vierschaar zette zich neder en de boeken werden geopend.

De Oude van dagen is niemand ander maar de Vader, de Almachtige God, die op de troon zat.
En ook in: Jesaja (24 – 23):
Dan zal de blanke maan schaamrood worden, en de gloeiende zon zal zich schamen, want de Here der heerscharen zal Koning zijn op de berg Sion en in Jeruzalem, en er zal heerlijkheid zijn ten aanschouwen van zijn oudsten.

Het is duidelijk: Jesaja heeft de vierentwintig oudsten zittend rondom de troon van God in het hemelse Jeruzalem, op hun vierentwintig tronen gezien, toen de Here des tijd van het einde regeren zal, en toen de maan schaamrood zal worden, en de gloeiende zon zich vóór God schamen zal.

********************
( 30 )

Openbaring (4 – 6):
En vóór de troon was een glazen zee, kristal gelijk. En in het midden van de troon, en rondom de troon, vier dieren, vol ogen van voren en van achteren.
7 En het eerste dier was een leeuw gelijk, en het tweede dier een kalf gelijk, en het derde dier had het aangezicht als een mens, en het vierde dier was een vliegende arend gelijk,
8 en de vier dieren hadden elk afzonderlijk zes vleugels rondom, en waren van binnen vol ogen, en hebben geen rust dag en nacht en zeiden: Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die komen zal.

********************

Beide Jesaja en Ezechiël hebben deze vier levende gedaanten gezien, Jesaja noemde ze "De Serafs," en Ezechiël omschrijft ze, maar van andere inzicht hoek, als in:
Jesaja (6 – 1):
In het sterfjaar van koning Uzzia, zag ik de Here zitten op een hoge en verheven troon en zijn zomen vulde de tempel.
2 Serafs stonden boven Hem; ieder had zes vleugels; met twee bedekte hij zijn aangezicht, met twee bedekte hij zijn voeten en met twee vloog hij.
3 En de een riep de ander toe: "Heilig, heilig, heilig is de Here der heerscharen, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol."
4 En de dorpelposten beefden van het luide roep en het huis werd vervuld met rook.

En ook in: Ezechiël (1 – 4):
En ik zag en zie, een stormwind kwam uit het noorden, een zware wolk met flikkerend vuur en omgeven door een glans; daarbinnen, midden in het vuur, was wat er uitzag als blinkend koper.
5 En in het midden daarvan was wat geleek op vier wezens; en dit was hun voorkomen: zij hadden de gedaante van een mens,
6 ieder had vier aangezichten en ieder van hen vier vleugels.
7 ... 10 En wat hun aangezichten betreft, die geleken bij alle vier ter rechterzijde op dat van een mens en dat van een leeuw; bij alle vier ter linkerzijde op dat van een rund; ook hadden alle vier het aangezicht van een arend.
11 ... 18 Hun velgen waren hoog en ontzagwekkend; en bij alle vier waren deze velgen rondom vol ogen.

( 31 )

En ook in: Ezechiël (10 – 10):
En wat hun voorkomen betreft: zij hadden alle vier een zelfde vorm, alsof er een rad was midden in een rad.
11 Als zij gingen, konden zij naar alle vier zijden gaan; zij keerden zich niet om als zij gingen. Naar de plaats waarheen de voorste zich wendde, volgden zij hem, zonder zich om te keren als zij gingen.
12 Hun vleugels en de raderen waren rondom vol ogen.

Wij zien dat Ezechiël heeft de vier gedaanten voor Johannes gezien, hij omschrijft hun zijden, dat betekent dat hij elk gedaante met vier aangezichten zag, maar hij niet kon de vijfde en zesde vleugels met welke zij hun aangezichten bedekken, gezien, omdat ze open vertrokken waren. Johannes zag een zijde van elk van de vier gedaanten, dat is: hij zag maar een aangezicht, maar toch zag hij de vier typen ervan.

Ezechiël gaat door en omschrijft hun benen, voeten, handen en de manier van hun beweging, en ook hun snelheid, die als bliksem schichten is. (Ezechiël 1 – 7/8/14).

**********************

Openbaring (4 – 9):
En wanneer de dieren heerlijkheid en eer en dankzegging gaven aan Hem, Die op de troon zat, Die in alle eeuwigheid leeft,
10 vielen de vierentwintig oudsten voor Hem, Die op de troon zat, en aanbaden Hem, Die leeft in alle eeuwigheid, en wierpen hun kronen voor de troon en zeiden:
11 Gij Here, bent waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, een de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen.

( 32 )

Openbaring Hoofdstuk Vijf:
En ik zag in de rechterhand van Hem, Die op de troon zat, een boek, beschreven van binnen en van buiten, verzegeld met zeven zegels.
2 En ik zag een sterke engel, die uitriep met een grote stem: Wie is waardig het boek te openen, en zijn zegels open te breken?
3 En niemand in de hemel, noch op de aarde, kon het boek openen, noch het inzien.
4 En ik weende zeer, omdat niemand waardig bevonden was om dat boek te openen, en te lezen, noch het in te zien.
5 En één van de oudsten zei tot mij: Ween niet, zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om het boek te openen en zijn zeven zegels open te breken.
6 En ik zag, en ziet, in het midden van de troon en van de vier dieren en in het midden van de oudsten, een Lam, staande als geslacht, Die zeven hoornen had, en zeven ogen; welke zijn de zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn in alle landen.

Om de betekenis van de zeven ogen te vinden, lezen wij in:
Zecharia (4 – 10):
Want wie veracht de dag der kleine dingen? Zij zullen zich verblijden, als zij het paslood zien in de hand van Zerubbabel. Deze zeven zijn de ogen des Heren, die de ganse aarde doorlopen.

Paslood, of de rots van struikkelen, of de hoeksteen allemaal maar namen van Christus zijn. De zeven ogen zijn de zeven kerken en hun engelen. Dit is precies wat Christus die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt, en Die in het midden van de zeven gouden kandelaars wandelt, gezegd heeft.

*********************
( 33 )

Openbaring (5 – 7):
En Het kwam en nam het boek uit de rechterhand van Hem, Die op de troon zat.
8 En toen Het dat boek genomen had, vielen de vier dieren en de vierentwintig oudsten voor het Lam neer, die elk citers en gouden schalen vol reukwerk hadden, welke zijn de gebeden van de heiligen.
9 En zij zongen een nieuwe lied en zeiden: Gij bent waardig dat boek te nemen en zijn zegels te openen; want Gij bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht en taal en volk en natie,
10 en Gij hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters; en wij zullen als koningen heersen op de aarde.
11 En ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen rondom de troon en de dieren en de oudsten; en hun getal was tien- duizendmaal tienduizenden, en duizendmaal duizenden;
12 ze zeiden met een grote stem: Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging.
13 En alle schepsel dat in de hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles wat daarin is, horde ik zeggen: Hem, Die op de troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid.
14 En de vier dieren zeiden: Amen. En de vierentwintig oudsten vielen neer en aanbaden Hem, Die leeft in alle eeuwigheid.

***********************

Wij merken dat de vier gedaanten en de vierentwintig oudsten vielen neer, om de Ene die op de troon zat te aanbidden, (Openbaring 4 –9), en zij ook vielen neer voor Het Lam en Hem aanbaden, (openbaring 5 –8), welk betekenis is: "Het Lam is God de Zoon," die het tweede onderdeel van de drie-eenheid van Almachtige God is. De vier gedaanten en de vierentwintig oudsten die op vierentwintig tronen rondom de troon van God zitten knielen neer voor niemand anders dan God.

( 34 )

De profeet Daniël heeft ook de tienduizend maal tienduizenden en de duizendmaal duizenden van engelen gezien, Als in:
Daniël (7 – 10):
En een stroom van vuur welde op en vloeide voor hem uit: Duizendmaal duizenden dienden hem en tienduizend maal tienduizenden stonden vóór hem. De vierschaar zette zich neder en de boeken werden geopend.

******************

Openbaringhoofdstuk zes:
1 En ik zag, toen het Lam één van de zegels opende, en ik hoorde één uit de vier dieren zeggen als een stem van een donderslag: Kom en zie!
2 En ik zag, en zie, een wit paard, en die daarop zat had een boog; en hem is een kroon gegeven, en hij ging uit overwinnend en opdat hij overwon!

******************

Om te begrijpen, wie het witte paard berijdt? En wat voor kroon hij gegeven was? En hoe overwon hij? Lezen wij in hoofdstuk negentien van de openbaring:
Openbaring (19 – 11):
En ik zag de hemel geopend; en ziet, een wit paard, en Hij die daarop zat, was genaamd "Getrouw en Waarachtig", en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid.
12 En Zijn ogen waren als een vuurvlam, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden, en Hij had een naam geschreven, die niemand wist dan Hijzelf.
13 En Hij was bekleed met een kleed dat met bloed gekleurd was, en Zijn Naam wordt genoemd "het Woord van God."
14 En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed met wit en rein fijn linnen.
15 En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede, en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de toorn en van de gramschap van de Almachtige God.

( 35 )

Ja, zijn naam is, "Het Woord van God," zijn kleed is met bloed gekleurd. Ja, er is geen twijfel meer, Hij is Christus zelf. Nu, zullen wij zien, wat voor kroon Hij gegeven was? En hoe overwon Hij? Daarom lezen wij in:
Markus (15 – 16):
En de krijgsknechten leiden Hem binnen in de zaal, dat is het rechthuis, en riepen de hele legerafdeling samen.
17 En zij deden Hem een purperen mantel aan en na een doornenkroon gevlochten te hebben, zetten zij Hem die op.

En ook in: Mattheüs (27 – 28):
En toen zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een purperen mantel om;
29 en toen een kroon van doornen gevlochten te hebben, zetten zij die op Zijn hoofd, en een rietstok in Zijn rechterhand; en zij vielen op hun knieën voor Hem en bespotten Hem en zeiden: "Wees gegroet, Gij Koning der Joden!"

En ook in: Johannes (16 – 31):
Jezus antwoordde hen: Gelooft gij nu?
32 Ziet, het uur komt, en is nu gekomen, dat gij verstrooid zult worden, een ieder naar het zijne, en gij Mij alleen zult laten; en nochtans ben Ik niet alleen, want de Vader is met Mij.
33 Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.

Ja, Hij heeft de wereld overwonnen. Hij overwon toen Hij op het kruis was geplaatst, en Hij zal noch verder winnen toen Hij in zijn glorie wederkomt, en toen de Vader alles onder Zijn voeten zal leggen.

*****************

openbaring (6 – 3):
En toen Het het tweede zegel opende, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie!
4 En een ander paard ging uit, dat rood was; en hem die daarop zat, werd macht gegeven de vrede weg te nemen van de aarde; en dat zij elkaar zouden doden; en hem werd een groot zwaard gegeven.

*****************
( 36 )

Om de identiteit van dit rode paard en zijn ruiter te vinden, die de vrede van de aarde met een groot zwaard wegneemt, Daarom lezen wij in:
Openbaring hoofdstuk twaalf:
1 En er werd een groot teken gezien in de hemel, namelijk een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten, op haar hoofd een kroon van twaalf sterren,
2 en zij was zwanger, en riep, daar zij barensnood had, in haar pijn om te baren.
3 En er werd een ander teken gezien in de hemel; en ziet, er was een grote rode draak, die zeven hoofden had, en tien horens, en op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden.
4 En zijn staart trok het derde deel van de sterren van de hemel, en wierp die op de aarde. En de draak stond vóór de vrouw die baren zou, opdat hij haar kind zou verslinden wanneer zij het zou gebaard hebben.
5 En zij baarde een mannelijke zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en haar kind werd weggerukt tot God en Zijn troon.
6 En de vrouw vluchtte in de woestijn, waar zij een plaats had, haar door God bereid, opdat zij haar daar zouden voeden duizend en tweehonderd en zestig dagen.
7 En er kwam oorlog in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, en de draak voerde ook oorlog en zijn engelen.
8 En zij hebben niet vermocht, en hun plaats is niet meer gevonden in de hemel.
9 En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, die genoemd wordt duivel en satan, die de hele wereld verleidt. Hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen.

( 37 )

Wij zien dat de jockey van het rode paard de rode draak is (Merkt u de kleur), en om te vinden, wie hij is? Wij stellen de vraag, "Wie is de vouw?"
En om de betekenis van: Zij was met de zon bekleed, en de maan was onder haar voeten, op haar hoofd een kroon van twaalf sterren was, te begrijpen, lezen wij in:
Genesis (37 – 9):
En Jozef had nog een andere droom, die hij aan zijn broeders verhaalde. Hij zei: nu hen ik weer een droom gehad, en zie, de zon, de maan en elf sterren bogen zich voor mij neer.
10 Toen hij dit aan zijn vader en zijn broeders verhaalde, onderhield zijn vader hem daarover, en zei tot hem: wat voor een droom is dat, die gij gehad hebt? Zullen soms ik, uw moeder en uw broeders komen om ons voor u ter aarde neer te buigen?
11 Zijn broeders dan benijdden hem, maar zijn vader hield de zaak in gedachten.

Wij begrijpen dat wat Jozef droom betreft is: zijn broeders zijn de elf sterren, en zijn vader is de zon, en zijn moeder is de maan. Zo hier op dit punt lezen wij wat de engel tot de maagd Maria gezegd heeft:
Lukas (1 – 35):
En de engel antwoordde en zei tot haar: "De Heilige Geest zal over u komen, en de krach van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genoemd worden."

( 38 )

Als u het kan zien, "Deze vrouw is bekleed met de zon, dat is: zij is overschaduwd bij de Heilige Geest, en de kracht van de Allerhoogste, onder haar voeten lag de overtredingen van onze moeder Eva, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren geplaatst was, welke zijn de twaalf stammen van Israël. De vrouw baarde een mannelijke zoon, wie Jezus Christus is, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede.
Het is duidelijk dat de vrouw geen ander is maar "de maagd Maria" de moeder van Christus, "wiens kind werd weggerukt tot God en Zijn troon." En Hij is opgenomen in de hemel, en is gezeten aan de rechterhand van God. Merkt u, niemand ander maar de Zoon (Jezus Christus) kan aan de rechterhand van God de Vader op zijn troon zitten.

De maagd Maria ging door haar bevalling pijn, om Christus te baren. En Jezus Christus ging door de pijn van het kruis, om de kerk te bevestigen.

De Romeinenrijk regeerde en beheerste de wereld, toen de maagd Jezus Christus baarde, en de Romeinrijk (de rode draak) machtigde koning Heródes, om Judéa te regeren, en hij stond vóór de vrouw die een mannelijke zoon (Jezus) baarde, opdat hij haar kind zou verslinden wanneer zij het zou gebaard hebben. Zo laten wij zien wat in feite geschiedde:
Mattheüs (2 – 1):
Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judéa, in de dagen van de koning Heródes, zie, enkele wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem,
2 en zeiden: "Waar is de geboren Koning der Joden? Want wij hebben Zijn ster gezien te aanbidden.
3 Toen koning Heródes dit hoorde, werd hij ontsteld, en heel Jeruzalem met hem,
4 en nadat hij bijeenvergaderd had al de overpriesters en schriftgeleerden van het volk, vroeg hij aan hen waar de Christus geboren zou worden.
5 En zij zeiden tot hem: te Bethlehem, in Judéa gelegen, want zo is geschreven door de profeet:
6 En gij Bethlehem, gij land Juda! Bent geenszins de minste onder de vorsten van Juda, want uit u zal de Leidsman voortkomen, Die Mijn volk Israël weiden zal.
7 Toen riep Heródes de wijzen in het geheim en vernam zorgvuldig van hen de tijd, wanneer de ster verschenen was.
8 En hij zond hen naar Bethlehem en zei: Reist heen en onderzoekt zorgvuldig naar dat kind, en als gij Het gevonden hebt, boodschapt het mij, opdat ik ook kom om Het te aanbidden.

( 39 )

9 En nadat zij de koning gehoord hadden, reisden zij weg; en zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het Kind was.
10 Toen zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde.
11 En toen zij in het huis kwamen, vonden zij het Kind met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en aanbaden Hem; en zij openden hun schatten en brachten Hem geschenken: goud en wierook en mirre.
12 En door Goddelijke openbaring vermaand in een droom dat zij niet zouden terugkeren tot Heródes, vertrokken zij langs een andere weg weer naar hun land.
13 Toen zij nu vertrokken waren, zie, een engel des Heren verscheen aan Jozef in een droom en zei: Sta op, en neem het Kind en Zijn moeder mee en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik het u zeg, want Heródes zal het Kind zoeken om Het te doden.
14 Hij dan stond op, nam het Kind en Zijn moeder tot zich in de nacht, en vertrok naar Egypte,
15 en bleef daar tot de dood van Heródes; opdat vervuld zou worden wat van de Here gesproken is door de profeet, die zei: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.
16 Toen Heródes zag dat hij door de wijzen bedrogen was, werd hij zeer toornig, en hij zond enigen en bracht al de kinderen om die in Bethlehem en in al het gebied daarvan waren, van twee jaar oud en daaronder, naar de tijd die hij bij de wijzen zorgvuldig onderzocht had.
17 ... 19 Toen Heródes nu gestorven was, zie, een engel des Heren verscheen aan Jozef in een droom, in Egypte,
20 en zei: Sta op, neem het Kind en Zijn moeder mee, en ga naar het land Israël, want zij die het Kind naar het leven stonden zijn gestorven.
21 Hij dan stond op, nam het Kind en Zijn moeder mee, en kwam in het land Israël.

( 40 )

Het was koning Heródes, wie bij de Romeinrijk (de rode draak) gemachtigd was, om Judéa te regeren, die voor de vrouw stond, die gebaren zou, opdat hij haar kind zou verslinden wanneer zij het zou gebaard hebben. En om zijn behoefte te bereiken, zond hij en bracht alle mannelijke Kinderen om die in Bethlehem en in al het gebied daarvan waren, van twee jaar oud en daaronder. Maar het hem mislukte, omdat God zich met de zaak bemoeide en zijn engel om Jozef te waarschuwen over het komende gevaar gezonden heeft.

Zo de vrouw en haar Kind vluchtten in de woestijn (Egypte), waar zij een plaats had, haar door God bereid, opdat zij haar daar zouden voeden duizend en tweehonderd en zestig dagen. Dat is: voor drie en half jaar, tot koning Heródes dood was, daarna kwamen zij naar het land Israël.

Nu, laten wij even zien, wat voor oorlog in de hemel tussen Michaël en zijn engelen en de draak en zijn engelen gebeurde, na welke de duivel op de aarde geworpen was, om de hele wereld te verleiden. Daarom lezen wij in:
Lukas (10 – 17):
En de zeventig keerden terug met blijdschap en zeiden: Heere! Zelfs de duivels zijn ons onderworpen in Uw Naam.
18 En Hij zei tot hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.

( 41 )

En ook in: Johannes (12 – 23):
Maar Jezus antwoordde hen en zei: Het uur is gekomen dat de Zoon des mensen verheerlijkt wordt.
24 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: "Indien het tarwegraan in de aarde niet valt en sterft, dan blijft het alleen; maar indien het sterft, dan brengt het veel vrucht voort".
25 Wie zijn leven liefheeft, zal het verliezen; en wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren tot het eeuwige leven.
26 ... 31 Nu is het oordeel van deze wereld; nu zal de overste van deze wereld buiten geworpen worden.
32 En Ik, als Ik van de aarde verhoogd ben, zal hen allen tot Mij trekken.

De overste van deze wereld (de duivel) was buiten de hemel geworpen, (waarheen hij zich presenteerde voor God (Job 1 –6)); dat is, toen Christus gedoopt was, en had tot de zeventig discipelen gezegd: "Gaat naar de steden, geneest de zieken die daarin zijn en zegt tot hen: "Het Koninkrijk van God is nabij u gekomen".

De duivel viel neer als een bliksem uit de hemel, na de oorlog die tussen Michaël en zijn engelen en de draak en zijn engelen geschiede (openbaring 12 – 7/8/9). Satan is verslagen en op de aarde geworpen is, maar hij heeft grote toorn, omdat hij nog een kleine tijd heeft. Jezus Christus was de enige die satan val kon zien, daarom heeft Hij dit tot ons als een getuige vermeld.

Voor het feite, dat de maagd zoon tot God en Zijn troon weggerukt werd, lezen wij in:
Markus (16 – 19):
De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in de hemel, en is gezeten aan de rechterhand van God.

Ja, dit is de manier hoe haar zoon werd weggerukt tot God en Zijn troon, en Hij zat aan de rechterhand van God de Vader.

( 42 )

Nu, lezen wij verder in: Openbaring (12 – 10):
En ik hoorde een grote stem in de hemel zeggen: Nu is de zaligheid en de kracht en het koninkrijk geworden van onze God, en de macht van Zijn Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen aanklaagde voor onze God dag en nacht is neergeworpen.
11 En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam, en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe.
12 Hierom bedrijft vreugde, gij hemel, en gij die daarin woont! Wee hen die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is tot u afgekomen, en heeft grote toorn, wetend dat hij een kleine tijd heeft.
13 En toen de draak zag dat hij op de aarde geworpen was, heeft hij de vrouw vervolgd, die het mannelijk kind gebaard had.
14 En aan de vrouw zijn gegeven twee vleugels van een grotre arend, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats, waar zij gevoed wordt een tijd, en twee tijden, en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang.
15 En de slang wierp uit haar mond achter de vrouw water als een rivier, opdat hij haar door de rivier zou doen wegvoeren.
16 En de aarde kwam de vrouw te hulp, en de aarde opende haar mond, en verzwolg de rivier die de draak uit zijn mond had geworpen.
17 En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden van God bewaren, en het getuigenis van Jezus Christus hebben.
18 En ik stond op het zand van de zee.

Wij zien dat satan toornig is, omdat hij maar nog een korte tijd heeft. Ook wij kennen dat wij in de laatste periode van tijd zijn, omdat Jezus Christus tegen zijn discipelen zei: "Gaat u naar de mensen en zegt tegen hen: "Het Koninkrijk van God is nabij u gekomen".

Nu, vragen wij: "Hoe ver dichtbij het Koninkrijk van God is?"
En hoeveel tijd perioden zijn er?

( 43 )

Als wij het herinneren zouden, wij vinden dat er maar "drie tijd perioden" zijn, en die zijn:

De Eerste tijd periode (de mislukking):
Deze periode duurt vanaf Adam tot Abraham, gedurende deze periode Adam viel in zonde en hij was uit het paradijs weggestuurd. En ook de zondevloed geschiede des tijd van Noach, die de aarde en haar zondaren waste en reinigde.

Als een getuige was Enoch gekozen, om deze periode te representeren, en was tot hemel bij God weggenomen, opdat hij een getuige af te leggen wat betreft de mensen van deze periode. En apostel Paulus zei:
Hebreeën (11 –5): Door het geloof is Enoch weggenomen, opdat hij de dood niet zou zien; en hij werd niet gevonden, omdat God hem weggenomen had; want vóór zijn wegneming heeft hij getuigenis gehad dat hij God behaagde.

De Tweede tijd periode (De periode van de Wet):
In het begin van deze periode was Abram gekozen, en God verlossing plan begon, toen God het ram als vervanger van Isaak aan Abraham gaf, en die deze dieren offers periode representeerde. Deze periode bevat de komst van de Israëlieten onder de leiding van de profeet Mozes uit Egypte, en hun ingang tot Palestijn binnen, en gedurende deze periode David regeerde, deze periode ging tot de komst van Jezus Christus voort.
Deze periode is de periode van verlost te worden door de Wet en de tien geboden. Deze periode verkondigde en wies aan het eeuwige offer, die God voor de verlossing van de wereld bereid had.

Als een getuige was profeet Elia gekozen, om deze periode te representeren, en was door God tot hemel weggenomen, opdat hij een getuige af te leggen wat betreft de mensen van deze periode. Als in:

( 44 )

2Koningen (2 – 1):
Het geschiedde, toen de Here Elia in een storm ten hemel zou opnemen, dat Elia me Elisa uit Gilgal gingen, en Elia zei ....... .
2 ... 11 En, terwijl zij voortgingen, al wandelende en sprekende, zie, een vurige wagen en vurige paarden! En die maakten scheiding tussen hen beiden. Alzo voer Elia in een storm ten hemel.
12 En Elisa zag het en riep uit: Mijn vader, mijn vader! Wagens en ruiters van Israël! En hij zag hem niet meer. Toen greep hij zijn klederen en scheurde ze in twee stukken.
13 Daarop raapte hij de mantel van Elia op, die van hem afgevallen was, keerde terug en ging aan de oever van de Jordaan staan.

De Derde tijd periode (De periode van de eeuwige offer):
Deze periode duurt vanaf de komst van Jezus Christus en tot het einde des tijd. In het begin van deze periode Jezus Christus was geboren, gedoopt en gekruisigd, om de Wet te vervullen en zonden van wie in Hem gelooft met zijn bloed te vergeven, dat op het kruis vergoten was.

De getuige hier is Jezus Christus zelf, die uit de dood opgestaan is, en werd weggerukt tot God en Zijn troon, Hij zal de getuige al leggen wat betreft de mensen van deze periode.

Daarom was satan toornig, omdat hij wist dat hij maar één tijd periode, de laatste heeft, en daarna zijn oordeel en einde zullen komen. Zo hij kwam op de aarde, om de wereld te verleiden, en het eerste ding dat hij gedaan heeft, was Maria te vervolgen, door twijfel over Jezus geboorte uit een maagd te zetten, ook wie zijn vader is? En was Hij een echte mens als ons? Daarna ging hij oorlog te voeren tegen de overigen van haar nakomelingen, die in Christus offer geloven en de tien geboden volgen, dat is: Jezus Christus broeders, en de nakomelingen van de maagd Maria, de zonen van de kerk van Christus.

( 45 )

Paulus zei in: Romeinen (8 –14):
Want allen die door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God.
15 Want gij hebt niet onvangen de Geest van slavernij om weer te vrezen, maar gij hebt onvangen de Geest van aanneming tot kinderen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!
16 Die Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn.
17 En indien wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en medeërfgenamen van Christus; als wij tenminste met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

Nu, laten wij de omschrijving van de rode draak behandelen, welke in de openbaring (12 – 3) vermeld was, namelijk: "En ziet, er was een grote rode draak, die zeven hoofden had, en tien horens, en op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden." Dat is de draak, dat vóór de vrouw stond, om haar mannelijk kind te verslinden, wanneer zij het zou gebaard hebben.

Wij hebben ook vroeger gezien dat deze draak geen andere is maar "de Romein rijk," en toen wij geschiedenis lezen, vinden wij dat de Romein rijk ging door zeven stadiums:

1 - Het Koninkrijk (Regalia) Stadium (753 – 509) BC:
Toen Rome maar een kleine stad op de rivier Tiber was, en gedurende dit stadium regeerden zeven koningen over haar, de eerste was "Romalus" de oprichter van Rome, en de laatste was "Tranquinius Superbus."

2 - De Eerste (Vroegere) Romeinse Republiek (509 – 264) BC:
In dit stadium was Rome in 390 BC, door het zwaard van de Gallisch stammen verwoest en geplunderd.

3 - De Tweede (Midden) Romeinse Republiek (264 – 133) BC:
Twee grote oorlogen waren gedurende dit staduim gevoerd tussen de Romeinen onder de leiding van Scipio Africanus de groot, en de Carthaginian leggers onder de leiding van Hannibal, die de eerste Panic oorlog van (264 –241) BC, en de tweede Panic oorlog van (218 – 201) BC waren.

( 46 )

4 - De Derde (Laatste) Romeinse Republiek (133 – 31) BC:
Deze republiek eindigt, toen burgers oorlogen doorbraken, en deze periode van revolutie en onzekerheid merkte de overgang van de Romein republiek tot een rijkdom.

5 - Het Romeinse Rijk (27BC – 395AD):
Octavian werd de eerste keizer van Rome in 27 BC met de naam "keizer Augustus" gekroond.
Gedurende deze periode was Rome twee keer verbrand, de eerste in 64 AD, en de tweede in
193 AD in de tijd van keizer Septimius Serverus. Dit rijk uiteenvalt gedurende de militaire chaos van (235 – 270)AD. Maar het was weer hersteld en door de bevestigen van de Dominantie van
(270 – 337) AD herenigd. Toch in het einde, in 395 AD twee rijken resulteerden:
"De Oosterse Rijk," En "De Westerse Rijk."

6 - Het Westerse Romeinse Rijk (395 – 476) AD:
Haar hoofdstad was Rome, en het bevatte de westerse provincies. Rome was in 410 AD door het zwaard verwoest, en Romulus Augustus was de laatste keizer van dit Westerse Rijk welk in 476AD eindigde.

7 - Het Oosterse (Byzantijn) Romeinse Rijk (395 – 1453)AD:
Het rijk los van het westerse rijk in 395 AD rukte. De Hoofdstad was Constantinoply. Het Byzantijn Rijk duurde tot 1453 AD, toen het eindelijk verpletterd en overwon door de Ottomaans rijk was.

Hierboven, vinden wij de zeven hoofden en kronen van de Rode Draak (Het Romeinse Rijk). De tien hoornen zijn de tien staten (provincies) in welk het vergaande Romeinse rijk afgebroken was.

( 47 )

Hierboven is de actuele geschiedenis van het Romeinse rijk, en nu zullen wij haar geschiedenis als de profetie voorspelt volgen:

Openbaring (18 – 1):
En hierna zag ik een andere engel afkomen uit de hemel die grote macht had, en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid.
2 En hij riep krachtig met een grote stem en zei: "Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon, en is geworden een woonstede van de duivels en een bewaarplaats van alle onreine geesten, en een bewaarplaats van alle onreine en hatelijke vogels."

****************

Wie is Babylon de groot, toen de openbaring aan Johannes verkondigd werd?
En om dit te begrijpen, lezen wij in:
1 Petrus (5 –13):
U groet de medeuitverkoren kerk die in Babylon is, en Markus, mijn zoon.

Petrus schreef deze brief, toen hij in Rome was. Hierboven noemde hij Rome de hoofdstad van het Romeinse rijk Babylon, omdat zij de christinnen vervolgde, net als het echte Babylon de Joden vervolgde en zij tot Babylon in ballingschap voerde.

***************

Openbaring (18 – 3):
Omdat uit de wijn van de toorn van haar hoererij alle volken gedronken hebben, en de koningen van de aarde met haar gehoereerd hebben, en de kooplieden van de aarde rijk zijn geworden uit de kracht van haar weelde.
4 En ik hoorde een andere stem uit de hemel die zei: Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap hebt, en opdat gij van haar plagen niet ontvangt.
5 Want haar zonden zijn de een op de andere gevolgd tot de hemel toe, en God is haar ongerechtigheden gedachtig geworden.
6 Vergeldt haar, zoals zij u vergolden heeft, en verdubbelt haar dubbel naar haar werken; in de drinkbeker waarin zij geschonken heeft, schenkt haar dubbel.
7 Zoveel als zij zichzelf verheerlijkt heeft, en weelde gehad heeft, doet haar zo grote pijniging en rouw aan, want zij zegt in haar hart: Ik zit als een koningin, en ben geen weduwe, en zal geen rouw zien.
8 Daarom zullen haar plagen op één dag komen, namelijk dood en rouw en honger, en zij zal met vuur verbrand worden, want sterk is de Here God, Die haar oordeelt.
9 En de koningen van de aarde, die met haar gehoereerd en weelde gehad hebben, zullen haar bewenen, en rouw over haar bedrijven, wanneer zij de rook van haar brand zullen zien,
10 terwijl zij van verre staan uit vrees voor haar pijniging en zeggen: Wee, wee, de grote stad Babylon, de sterke stad, want uw oordeel is in één uur gekomen.

**************
( 48 )

Ja, dit is precies dezelfde wat geschiedenis vertelde: "Rome de hoofdstad van het Romeinse rijk werd in de tijd van Nero verbrand." En keizer Nero die de kristenen vervolgde en zij voor de leeuwen wierp, kon niets doen, om Rome verbranding te sparen, en alle schipmeesters en zeemens zagen van verre in de zee haar laaiende vuur, en hoe God zijn martelaars die bij haar gedood waren, wraak genomen heeft.

***************

Openbaring (18 – 11):
En de kooplieden van de aarde zullen wenen en rouw maken over haar, omdat niemand hun waren meer koopt.
12 Waren van goud en van zilver en van kostbaar gesteente en van parels en van fijn linnen en van purper en van zijde en van scharlaken en allerlei welriekend hout en allerlei ivoren vaten en allerlei vatten van het kostbaarste hout en van koper en van ijzer en van marmersteen,
13 en kaneel en reukwerk en welriekende zalf en wierook en wijn en olie en meelbloem en tarwe en lastbeesten en schapen, en van paarden en van koetswagens, en van lichamen en zielen van de mensen.
14 En de vrucht van de begeerte van uw ziel is van u weggegaan, en al wat lekker en wat heerlijk was is van u weggegaan, en gij zult het niet meer vinden.
15 De kooplieden van deze dingen, die rijk geworden waren van haar, zullen van verre staan uit vrees voor haar pijniging, terwijl zij wenen en rouw bedrijven,
16 en zeggen: Wee, wee, de grote stad, die bekleed was met fijn linnen en purper en scharlaken en versierd met goud en met kostbaar gesteente en parels, want in één uur is zo grote rijkdom verwoest.

**********************
( 49 )

Ja, Rome handel bevatte alles, ook lichamen en zielen van slavin en mensen. Wij willen hier zin vier van hoofdstuk zeventien vergelijken met zin zestien hierboven:
Openbaring (17 –4):
En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud, en kostbaar gesteente, en parels, en had in haar hand een gouden drinkbeker, vol van gruwelen, en van onreinheid van haar hoererij.

Zo, moeten wij tonen dat de vrouw, die op de scharlakenrood beest van hoofdstuk zeventien zat, is geen anders maar "Rome" de grote stad, welke de koningen van de aarde beheerste??

VERDER
Terug